Naar inhoud springen

lab

Uit WikiWoordenboek
  • lab
enkelvoud meervoud
naamwoord lab labs
verkleinwoord labje labjes

hetlabo

  1. (scheikunde), (natuurkunde), (biologie) een ruimte ingericht voor het doen van natuurwetenschappelijk onderzoek
    • We hebben zowel een TGA als een DSC in ons lab. 
     "Vanuit Delft zitten ze goed in de sommetjes, in Utrecht heb je bijvoorbeeld paleomagnetisme", omschrijft Hoogendoorn het werkveld. "En aan de VU zit heel veel systeemkennis. Vooral het lab waarmee de VU bijvoorbeeld sediment dateert is internationaal bekend. Er zijn volgens mij maar drie plekken in de wereld waar ze dat doen. Niet alleen de VU heeft dus een probleem: je haalt er ook internationaal meteen de stekker uit."[1]
  2. (scheikunde), (natuurkunde), (biologie) een cursus gegeven in [1] waarin studenten geleerd wordt labwerk te doen
    • In dit lab gaat het voornamelijk om het doen van zinnige metingen en het interpreteren van de resultaten in statistisch significante termen. 
  3. (scheikunde), (natuurkunde), (biologie) een gebouw waarin ruimtes zoals [1] gehuisvest zijn
    • Naast het wiskundegebouw staat een chemisch lab. 
97 %van de Nederlanders;
97 %van de Vlamingen.[2]
  1. Bronlink geraadpleegd op 6 mei 2025 Weblink bron
    Sven Schaap
    “Werkveld luidt noodklok op actiedag tegen verdwijnen aardwetenschappen VU” (6 mei 2025), NOS
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
  • lab

lab

  1. tweede persoon enkelvoud gebiedende wijs van laben

lab

  1. (scheikunde)(natuurkunde)(biologie) lab; een ruimte ingericht voor het doen van natuurwetenschappelijk onderzoek
  2. (scheikunde) lab, drugslab; een ruimte ingericht voor het maken van drugs

lab, o

  1. (biochemie), (scheikunde) stremsel
  • o (a), sterk

lab m

  1. (dierkunde) labrador; hondenras
  • lab
  • Leenwoord uit het Engels
  • Verkorte vorm van het zelfstandige naamwoord laboratoř

lab monbezield

  1. (spreektaal) lab; laboratorium