kuis

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kuis
enkelvoud meervoud
naamwoord kuis kuizen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

kuis v [1] [2]

  1. jonge koe (jonger dan negen maanden) [3] [4]
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen kuis kuiser kuist
verbogen kuise kuisere kuiste
partitief kuis kuisers -

Bijvoeglijk naamwoord

kuis v

  1. (seksualiteit) seksueel ingetogen [5]
  2. (Vlaams) rein, schoon, zindelijk, zuiver
Antoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
kuisen

kuis

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kuisen
    • Ik kuis. 
  2. gebiedende wijs van kuisen
    • Kuis! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kuisen
    • Kuis je? 

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandse taal
  2. Woordenboek der Nederlandse taal
  3. koe etymologiebank.nl
  4. Woordenboek der Nederlandse taal
  5. ingetogen etymologiebank.nl