ingetogen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·ge·to·gen
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘zich onthoudend van buitensporigheden’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1625 [1]
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen ingetogen ingetogener ingetogenst
verbogen ingetogenere ingetogenste
partitief ingetogens ingetogeners -

Bijvoeglijk naamwoord

ingetogen

  1. bescheiden, rustig, stemmig
    • Tijdens de begrafenis moet je iets ingetogeners aan hebben dan de kleurrijke kleding die je nu draagt. 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen