kuisen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kui·sen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
kuisen
kuiste
gekuist
zwak -t volledig

Werkwoord

kuisen

  1. (overgankelijk) schoonmaken, opruimen
    Ze wilde de kamer nog even kuisen.
  2. (overgankelijk) ontdoen van mogelijk aanstootgevend materiaal
    Ze besloten het draaiboek te kuisen om niet in de problemen te komen.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Gangbaarheid
94 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl