zitkuil

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zit·kuil
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zitkuil zitkuilen
verkleinwoord zitkuiltje zitkuiltjes

Zelfstandig naamwoord

zitkuil m

  1. verlaagd gedeelte in een huis of tuin waar gezeten kan worden
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
89 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be