tempel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tem·pel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord tempel tempels
verkleinwoord tempeltje tempeltjes

Zelfstandig naamwoord

tempel v/m

  1. (religie) een gebouw voor godsverering
    Heb je de tempel al gezien die ze hier in de buurt aan het bouwen zijn?
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Werkwoord

vervoeging van
tempelen

tempel

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van tempelen
    Ik tempel.
  2. gebiedende wijs van tempelen
    Tempel!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van tempelen
    Tempel je?
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
  2. etymologiebank.nl
  3. etymologiebank.nl