koof

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • koof
enkelvoud meervoud
naamwoord koof koven
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

koof v/m

  1. hoofddeksel of hoofdtooi
  2. Schuin vlak tussen wand en zoldering

Gangbaarheid

68 % van de Nederlanders;
31 % van de Vlamingen.