gekleurd

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·kleurd
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen gekleurd gekleurder gekleurdst
verbogen gekleurde gekleurdere gekleurdste
partitief gekleurds gekleurders -

Bijvoeglijk naamwoord

gekleurd

  1. van kleuren voorzien
    • Kunstmatig gekleurde diamanten zijn veel goedkoper dan de natuurlijke. 
  2. met een niet-blanke huidskleur
    • Na een fout bij een ivf-behandeling heeft een blank stel een gekleurde baby gekregen. 
  3. niet neutraal, subjectief
    • Iedereen bekijkt de wereld met een gekleurde bril. 
Antoniemen
Hyponiemen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
kleuren

gekleurd

  1. voltooid deelwoord van kleuren

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.