gekleurd

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·kleurd
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen gekleurd gekleurder gekleurdst
verbogen gekleurde gekleurdere gekleurdste
partitief gekleurds gekleurders -

Bijvoeglijk naamwoord

gekleurd

  1. van kleuren voorzien
    • Kunstmatig gekleurde diamanten zijn veel goedkoper dan de natuurlijke. 
     Dan heeft deze auto ook nog het Style+ pakket (€426) dat bestaat uit chromen sierlijsten, vermoeidheidsherkenning, chromen sierlijsten op de portieren, gekleurde panelen in het dashboard en het dak én de voorste raamstijl en de spiegelkappen in een afwijkende kleur.[1]
  2. met een niet-blanke huidskleur
    • Na een fout bij een ivf-behandeling heeft een blank stel een gekleurde baby gekregen. 
  3. niet neutraal, subjectief
    • Iedereen bekijkt de wereld met een gekleurde bril. 
Antoniemen
Hyponiemen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van: kleuren…
verbogen vorm: gekleurde

gekleurd

  1. voltooid deelwoord van kleuren

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. Bronlink Weblink bron Niek Schenk “Test Volkswagen T-Roc: modepop” (23-06-2018), Tubantia
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be