kirke

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
En norsk kirke
Een Noorse kerk

Deens

Uitspraak
Woordafbreking
  • kir·ke
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig uit het Grieks
Naar frequentie 2061
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   kirke     kirken     kirker     kirkerne  
genitief   kirkes     kirkens     kirkers     kirkernes  

Zelfstandig naamwoord

kirke, g

  1. (religie), (bouwkunde) kerk, kerkgebouw
  2. (religie) Kerk


Afgeleide begrippen


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • kir·ke
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Oudnoordse zelfstandige naamwoord kirkja
Naar frequentie 3382
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   kirke     m: kirken
v: kirka  
  kirker     kirkene  
genitief   kirkes     m: kirkens
v: kirkas  
  kirkers     kirkenes  

Zelfstandig naamwoord

kirke, m / v

  1. (religie), (bouwkunde) kerk, kerkgebouw
    «Kirken lå midt i bygda.»
    De kerk lag in het midden van het dorp.
  2. (religie) Kerk
    «Den norske kirke er den offentlige kirken i Norge.»
    De Noorse Kerk is de publieke Kerk in Noorwegen.
Afgeleide begrippen
Opmerkingen