kerkgebouw

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kerk·ge·bouw
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kerkgebouw kerkgebouwen
verkleinwoord kerkgebouwtje kerkgebouwtjes

Zelfstandig naamwoord

kerkgebouw o

  1. (religie) een gebouw dat door een kerkelijke organisatie gebruikt wordt voor het houden van religieuze diensten
    • Zijn interesse in de architectuur beperkt zich vooral tot kerkgebouwen. 
Synoniemen
Vertalingen

Meer informatie

Gangbaarheid