voorkennis

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • voor·ken·nis
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord voorkennis -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

voorkennis v

  1. kennis van iets vóórdat het gebeuren zal of gebeurd is
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.