kennismaken

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ken·nis·ma·ken
Vaste voorzetsels
  • kennismaken met
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
kennismaken
'kɛ.nəs.ma.kən
maakte kennis
'mak.tə 'kɛ.nəs.
kennisgemaakt
'kɛ.ˌnəs.xe.'makt
zwak -t volledig

Werkwoord

kennismaken

  1. inergatief het voor de eerste keer begroeten van een persoon
    • Aangenaam kennis te maken. 
  2. inergatief het voor de eerste keer in aanraking komen met iets
    • Hij struikelde en maakte kennis met de keiharde betonnen vloer. 
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.