kapitein

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ka·pi·tein
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘scheepsgezagvoerder’ voor het eerst aangetroffen in 1351 [1]
  • Van Latijn capitaneus (iemand van hoge rang), van Latijn caput (hoofd). [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord kapitein kapiteins
(kapiteinen)
verkleinwoord kapiteintje kapiteintjes

Zelfstandig naamwoord

kapitein m

  1. (beroep) (scheepvaart) gezagvoerder van een koopvaardijschip
  2. (militair) een rang in de hiërarchie net boven die van luitenant
  3. (geschiedenis) door het bestuur erkend hoofd van een wat grotere etnische groep in een plaats in Nederlands-Indië
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen