kapitein

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ka·pi·tein
Woordherkomst en -opbouw
  • Van Latijn capitaneus (iemand van hoge rang), van Latijn caput (hoofd).
enkelvoud meervoud
naamwoord kapitein kapiteins
(kapiteinen)
verkleinwoord kapiteintje kapiteintjes

Zelfstandig naamwoord

kapitein m

  1. (beroep) (scheepvaart) gezaghebber op een schip
  2. (militair) een rang in de hiërarchie net boven die van luitenant
  3. (geschiedenis) door het bestuur erkend hoofd van een wat grotere etnische groep in een plaats in Nederlands-Indië
Synoniemen
  • 2. ritmeester (bij de cavalerie)
Vertalingen