kapten
Uiterlijk
- kap·ten
| vervoeging van |
|---|
| kappen |
kapten
- meervoud verleden tijd van kappen
- Wij kapten.
- Jullie kapten.
- Zij kapten.
- Wij kapten.
- Het woord kapten staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
| vervoeging van |
|---|
| kappen |
kapten