kapel
Uiterlijk

(Bilzen).- ka·pel
- [1], [2]: via Middelnederlands capelle en Oudnederlands kapella van Latijn capella, verkleinwoord van cappa "mantel", een verwijzing naar de mantel van Sint-Maarten van Tours, die als belangrijke reliek werd vereerd in een speciaal bidvertrek: na verloop van tijd werden dit soort ruimtes metonymisch ook zo aangeduid; in de betekenis van ‘bedehuisje’ voor het eerst aangetroffen in 1102 [1] [2] [3]
- [3]: als benaming van de gebedsruimte overgegaan op de groep zangers en muzikanten die aan een hofkapel waren verbonden [4] [2]
- [4]: van Middelnederlands capelle / coppel, mogelijk teruggaand op Latijn capella omdat het gefladder van het insect aan een mantel doet denken [5] [6] [7]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | kapel | kapellen |
| verkleinwoord | kapelletje | kapelletjes |
- klein kerkgebouw
- ▸ De kokosplantage tussen deze plek en de kust is door de vloedgolf helemaal overstroomd, maar de buffer van de bomen heeft de kapel gered; die is zo ontworpen dat er aan de oostelijke, naar de zee gerichte gevel geen ramen zitten, en de ramen aan de andere zijden zijn tot nog toe gespaard gebleven.[8]
- ▸ Op de top van de berg Athos komt hij in een kleine, aan Maria gewijde kapel Yannis tegen, een jonge Griek die hier 'dicht bij de hemel' antwoorden op de grote levensvragen zoekt.[9]
- Niet ver van de grote parochiekerk ligt op heuveltje een kapel opgedragen aan Onze-Lieve-Vrouw.
- plaats in een gebouw of kerk voor speciale aanbiddingen
- De prinses werd gedoopt in de kapel van het koninklijke paleis.
- (muziek) muziekgezelschap eigenlijk als onderdeel van een grotere organisatie, maar ook wel gebruikt voor zelfstandige orkesten
- De kapel speelde marsmuziek.
- (verouderd) benaming voor nectar etende insecten uit de orde Lepidoptera
, met vier vaak gekleurde vleugels, bedekt met heel kleine schubben
- [1] bedehuisje
- [3] orkest
- [4] dagvlinder
- Het woord kapel staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "kapel" herkend door:
| 97 % | van de Nederlanders; |
| 93 % | van de Vlamingen.[10] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- 1 2 kapel (bedehuis) op website: Etymologiebank.nl
- ↑ "kapel" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ kapel (vlinder) op website: Etymologiebank.nl
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ Samantha Harvey“In Orbit” (2024), De Bezige Bij
, ISBN 9789403135625 - ↑ Hans Achterhuis“De erfenis van de utopie” (1998), Ambo/Anthos uitgevers
, ISBN 9026315244 - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 5
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Muziek in het Nederlands
- Verouderd in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 97 %
- Prevalentie Vlaanderen 93 %