doopkapel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

doopkapel
Uitspraak
Woordafbreking
  • doop·ka·pel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord doopkapel doopkapellen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

doopkapel v/m [1]

  1. (religie) gebouw of deel van een gebouw waar men doopt of gedoopt kan worden
    • Het klooster staat midden tussen de opgravingen: Joodse graftombes, een Romeins badhuis en een Byzantijnse kerk met een aparte doopkapel. Die doopkapel zou gebouwd kunnen zijn op de plek van het huis van de apostel Kleopas, aldus zuster Agnes, die ons rondleidde. Zo traden wij in de voetsporen van de Emmaüsgangers over wie Lucas 24 vertelt.[2] 
    • Parma is meer dan alleen overheerlijke ham en keiharde, smakelijke kaas, hoewel het niet zo moeilijk is om in deze Noord-Italiaanse stad een paar dagen louter etend door te brengen. Als je een wandeling maakt na een uitgebreide lunch met een vino bianco, zul je zien dat de architectuur van Parma niet zo slecht is. Neem de achtkantige doopkapel van Parma, een van de meest indrukwekkende middeleeuwse monumenten in Europa.[3] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen