jon

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • jon

Werkwoord

vervoeging van
jonnen

jon

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van jonnen
    • Ik jon. 
  2. gebiedende wijs van jonnen
    • Jon! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van jonnen
    • Jon je?