interview

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·ter·view
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Engels.
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord interview interviews
verkleinwoord interviewtje interviewtjes

Zelfstandig naamwoord

interview o

  1. een gesprek met iemand over diens opvattingen en ervaringen
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
interviewen

interview

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van interviewen
    • Ik interview. 
  2. gebiedende wijs van interviewen
    • Interview! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van interviewen
    • Interview je? 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Engels

Zelfstandig naamwoord

interview

  1. interview
  2. onderhoud


Frans

Zelfstandig naamwoord

interview v

  1. interview