onderhoud

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak

(klemtoonhomogram)

Woordafbreking
  • on·der·houd
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord onderhoud -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

ónderhoud o

  1. handelingen verricht om iets in goede staat te houden
  2. een gesprek waarin men tracht geschilpunten te overbruggen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
onderhouden

ónderhoud

  1. (in een bijzin) eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van onderhouden
    ... dat ik ónderhoud.

Werkwoord

vervoeging van
onderhouden

onderhóúd

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van onderhouden
    Ik onderhoud.
  2. gebiedende wijs van onderhouden
    Onderhoud!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van onderhouden
    Onderhoud je?

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie


Afrikaans

enkelvoud meervoud
naamwoord onderhoud

Zelfstandig naamwoord

onderhoud

  1. interview, vraaggesprek
  2. onderhoud