apogeum
Uiterlijk
- apo·ge·um
- uit het Latijn [1]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | apogeum | - |
| verkleinwoord | - | - |
het apogeum o
- (astronomie) punt in de baan van een hemellichaam, dat het verst van de aarde verwijderd is
- (figuurlijk) hoogtepunt
- ▸ 'Rufina met haar potten, Rufina met de leeuw, of de onthoofde Rufina met haar zus?' zei Olive, vooral tegen zichzelf. 'Dat laatste is wel akelig, maar het is het apogeum, hoewel ze onder in een put zit.'[2]
- Het woord 'apogeum' staat niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie.
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ apogeum op website: Etymologiebank.nl
- ↑ Jessie Burton (vert.Marja Borg)“De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789024574704