hjem

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • hjem

Bijwoord

hjem

  1. huiswaarts, thuis, , naar huis
    «Jeg sovnet på bussen hjem
    Ik viel in slaap op de bus naar huis.
Schrijfwijzen
Synoniemen
Afgeleide begrippen

Zelfstandig naamwoord

hjem o

  1. tehuis, huis
    «Hun kommer fra et godt hjem
    Ze komt uit een goed thuis.
  2. huis, centrum
  3. (sociologie) bakermat, oorsprong
Verbuiging
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   hjem     hjemet     hjem     hjemmene
hjemma  
genitief   hjems     hjemets     hjems     hjemmenes
hjemmas  
Schrijfwijzen
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen