hei

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Hei
Uitspraak
Woordafbreking
  • hei
enkelvoud meervoud
naamwoord hei heiden
heides
verkleinwoord heitje heitjes

Zelfstandig naamwoord

hei v/m

  1. heide
Gelijkklinkende woorden
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
heien

hei

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van heien
    Ik hei.
  2. gebiedende wijs van heien
    Hei!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van heien
    Hei je?

Tussenwerpsel

hei

  1. uitroep om iemands aandacht te trekken
Synoniemen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders
83 % van de Vlamingen.

Meer informatie


Lets

Tussenwerpsel

hei