heikraan

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

heikraan
Uitspraak
Woordafbreking
  • hei·kraan
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord heikraan heikranen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

heikraan v/m

  1. kraan die men gebruikt bij het heien
    • De patiënt, een 41-jarige kraanmachinist, kreeg drie maanden geleden de stalen rupsband van een heikraan over zijn voeten. 'Een voet was nagenoeg geruïneerd, de tweede was er iets beter aan toe, maar ook ernstig beschadigd', vertelt Jukema. [1] 
    • In Vlaardingen is een heikraan op een woning gevallen. De kraan sloeg een groot gat in het dak. Niemand raakte gewond, de bewoners waren niet thuis. [2] 
Synoniemen

Gangbaarheid

73 % van de Nederlanders;
62 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. de Volkskrant Suzanne Baart19 juni 1999 Maden knagen voeten naar herstel
  2. NOS 15-02-2019 Heikraan valt op huis in Vlaardingen