handvol

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hand·vol
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord handvol handvollen
verkleinwoord handjevol
handvolletje
handjevollen
handvolletjes

Zelfstandig naamwoord

handvol v/m

  1. zo veel als in een hand past
    • We moesten hard werken voor een handjevol eten 
  2. klein aantal
    • In het begin waren het er een handvol, nu tientallen. 
    • De politie heeft een handvol tips ontvangen. 
     Er is minder dan een handvol haarspeldbochten, maar de hellingsgraden slopen de eerste reserves uit de benen.[1]
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. Bronlink Weblink bron Rob Gollin “De helling van de mooie meisjes knijpt de renner de keel dicht” (10 juli 2019), de Volkskrant
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be