handjevollen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hand·je·vol·len

Zelfstandig naamwoord

handjevollen mv

  1. verkleinwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord handvol

handjevollen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord handjevol