handenvol

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • han·den·vol
Woordherkomst en -opbouw

Bijwoord

handenvol

  1. (figuurlijk) dat je veel werk moet doen (zodat je handen altijd bezig zijn)
    • De baldadige jeugd geeft de politie handenvol werk. 

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders
96 % van de Vlamingen.