hamburger

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: Hamburger
[1] Een hamburger.
[2] Een hamburger.
Uitspraak
Woordafbreking
  • ham·bur·ger
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord hamburger hamburgers
verkleinwoord hamburgertje hamburgertjes

Zelfstandig naamwoord

hamburger m

  1. (voeding) schijf rundvlees die gebakken of gegrild wordt, een burger
  2. (voeding) een broodje met voornoemde schijf dat wordt versierd met wat sla, kappertjes, uitjes, (worcester)saus, zout, peper, etc.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl


Turks

Woordafbreking
  • ham·bur·ger
enkelvoud meervoud
nominatief   hamburger     hamburgerler  
genitief   hamburgerin     hamburgerlerin  
datief   hamburgere     hamburgerlere  
accusatief   hamburgeri     hamburgerleri  
locatief   hamburgerde     hamburgerlerde  
ablatief   hamburgerden     hamburgerlerden  

Zelfstandig naamwoord

hamburger

  1. (voeding) hamburger (broodje met schijf vlees)
Verwante begrippen