burger

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bur·ger
Woordherkomst en -opbouw
[A] enkelvoud meervoud
naamwoord burger burgers
verkleinwoord burgertje burgertjes

Zelfstandig naamwoord

[A] burger m

  1. inwoner van een stad of staat die bepaalde wettelijke rechten en plichten heeft
    • De burgers van de stad staken bij deze ramp zelf de handen uit de mouwen. 
  2. lid van de burgerbevolking, in tegenstelling tot een strijdende partij of ordedienst
    • Door een aanval van de Afghaanse luchtmacht in de provincie Kunduz zijn mogelijk vijftig burgers om het leven gekomen.[3] 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen
[B] enkelvoud meervoud
naamwoord burger burgers
verkleinwoord burgertje burgertjes

Zelfstandig naamwoord

[B] burger m

  1. (voeding) schijfvormig gebakken of gegrild rundergehakt of iets vergelijkbaars
     Bij het bestellen van de burgers kregen we bijna nooit de vraag hoe we onze burger gebakken wilden hebben. Vreemd, want dat is wel standaard bij het bestellen van biefstuk.[4]
  2. (voeding) in twee helften gesneden broodje met daartussen een schijf gebakken of gegrild rundergehakt of iets vergelijkbaars, met saus en groenten
     Na dagen lopen was het eindelijk zover, ik stond extra vroeg op en kon niet wachten totdat ik die befaamde burger in mijn handen had.[5]
Synoniemen
Hyponiemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[6]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. burger op website: Etymologiebank.nl
  2. "burger" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  3. De Telegraaf, 3 april 2018
  4. Bronlink geraadpleegd op 1 november 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie Rosa Rolvink “Veiligheid hamburgers in de horeca” (22 januari 2019) op consumentenbond.nl
  5. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  6. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be


Engels

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
burger burgers

Zelfstandig naamwoord

burger

  1. (voeding) hamburger
Overerving en ontlening