goedgunstig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • goed·gun·stig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen goedgunstig goedgunstiger goedgunstigst
verbogen goedgunstige goedgunstigere goedgunstigste
partitief goedgunstigs goedgunstigers -

Bijvoeglijk naamwoord

goedgunstig

  1. dat die persoon het beste wordt gegund
    • De leraar was de ijverige leerling goedgunstig gezind en gaf hem een 8. 
Synoniemen

Gangbaarheid

87 % van de Nederlanders
87 % van de Vlamingen.