gravel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gra·vel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord gravel -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

gravel m/o

  1. roodkleurige steengruis die doorgaans wordt gebruikt voor de verharding van tennisbanen
    Hij speelt eigenlijk altijd het liefst op gravel.
Afgeleide begrippen

Meer informatie


Engels

Gravel
Uitspraak
Woordafbreking
  • grav·el
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Oudfranse woord grave.
stellend vergrotend overtreffend
gravel - -

Bijvoeglijk naamwoord

gravel

  1. met grind bestrooid.
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden

a gravel voice

  • Een ruwe stem.
vervoeging
onbepaalde wijs to gravel
he/she/it gravels
verleden tijd GB:gravelled
VS: graveled
voltooid
deelwoord
GB:gravelled
VS: graveled
onvoltooid
deelwoord
GB:gravelling
VS: graveling
gebiedende wijs gravel

Werkwoord

gravel

  1. met grind bestrooien.
  2. (scheepvaart) aan de grond lopen.
  3. (bij het paard) gekwetst of gekreupeld gaan door een stukje grind tussen hoef en hoefijzer.
  4. (spreektaal) verwarren.


enkelvoud meervoud
gravel gravels

Zelfstandig naamwoord

gravel

  1. (geologie) grind, steengruis, gruis.
    «All sedimentary particles larger than two millimeters is called gravel.»
    Alle sedimentaire deeltjes groter dan twee millimeter worden grind genoemd.
  2. (medisch) niergruis, niersteen.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen