gezind

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·zind
Woordherkomst en -opbouw
stellend
onverbogen gezind
verbogen gezinde
partitief gezinds

Bijvoeglijk naamwoord

gezind

  1. met een bepaalde neiging tot, gesteld op
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Antoniemen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
zinnen

[A] gezind

  1. voltooid deelwoord van zinnen
Verwante begrippen

Werkwoord

vervoeging van
gezinnen

[B] gezind

  1. voltooid deelwoord van gezinnen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Verwijzingen