gezinnen
Uiterlijk
- ge·zin·nen
de gezinnen mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord gezin
- ▸ In mijn jeugd trokken we elke zomer met vier gezinnen door de bergen.[2]
- ▸ Een bepalend moment in mijn leven: nog voor de armagnac bij de koffie vroeg Arend of ik niet voor hem en Casper wilde komen werken, want hun familiebedrijf had inmiddels meer dan honderd gezinnen te onderhouden en op hr-gebied viel er nog veel te verbeteren.[3]
- ▸ 'Alle gelukkige gezinnen lijken op elkaar.[3]
- ▸ Iedereen heeft ideeën over ouders, kinderen en gezinnen, maar hoe zit het echt? Die vraag stelt Lynn Berger zich als ze voor de tweede keer in verwachting is.[4]
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| gezinnen |
gezinde |
gezind |
| zwak -d | volledig | |
Niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie als werkwoord
gezinnen
- (verouderd) verlangen naar, willen hebben
- Het woord gezinnen staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ Tim Voors“Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers

- 1 2 Ronald Giphart e.a.“Een familie en een Griekse god” (2023), The House of Books, ISBN 9789044366471
- ↑ Lynn Berger“De tweede: over het zijn en krijgen van een tweede kind” (2021), De Correspondent, ISBN 9789082821697
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 8
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Zelfstandignaamwoordsvorm in het Nederlands
- WikiWoordenboek:Pagina's die ISBN magische koppelingen gebruiken
- Zwak werkwoord (-d) in het Nederlands
- Werkwoord in het Nederlands
- Niet-samengesteld werkwoord in het Nederlands
- Niet met deze vorm in Woordenlijst Nederlandse Taal
- Verouderd in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal