welgezind

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wel·ge·zind
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen welgezind welgezinder welgezindst
verbogen welgezinde welgezindere welgezindste
partitief welgezinds welgezinders -

Bijvoeglijk naamwoord

welgezind

  1. vrolijke bui hebbend
  2. gunstig gestemd zijn over iets of iemand; er vertrouwen in hebben
    • De Chinese consument is fintech welgezind. Onderzoek toont aan dat Chinezen in tegenstelling tot Europeanen veel minder moeite hebben met het gebruik van hun persoonlijke gegevens door derden. Dit stelt fintech ondernemingen in staat deze data commercieel te benutten en maakt het achterliggende businessmodel levensvatbaarder, ook bij zeer lage transactiefees.[1] 
    • Poetin-vriend en Merkel-criticus Donald Trump zit op de zelfde golflengte. Dat hij zelf continu wispelturige berichten de wereld in slingert, maakt even niet uit. Evenmin schaadt het dat zijn favoriete media Breitbart en Fox News hem zeer welgezind zijn.[2] 
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. de Telegraaf BRETT DIMENT 15 dec. 2017
  2. de Telegraaf ROB SAVELBERG 01 feb. 2017