foyer

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • foy·er
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘koffiekamer’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1832 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord foyer foyers
verkleinwoord foyertje foyertjes

Zelfstandig naamwoord

foyer m

  1. een koffiekamer in openbare gebouwen
    • U kunt koffie halen in onze vernieuwde foyer. 
Vertalingen

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Frans

Uitspraak
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  foyer     le foyer     foyers     les foyers  

Zelfstandig naamwoord

foyer m

  1. haard, haardvuur
  2. (optica): brandpunt, focus


Tsjechisch

Zelfstandig naamwoord

foyer m

  1. foyer