lobby

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lob·by
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘pressiegroep’ voor het eerst aangetroffen in 1954 [1]
  • [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord lobby lobby's
verkleinwoord lobby'tje lobby'tjes

Zelfstandig naamwoord

lobby v / m

  1. wachtruimte in een hotel, theater enz, hotellobby, theaterlobby
  2. (politiek) belangengroep die, meestal achter de schermen dus buiten de parlementaire controle om, pressie uitoefent op het overheidsbeleid
Hyponiemen
Afgeleide begrippen


Werkwoord

vervoeging van
lobbyen

lobby

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van lobbyen
    • Ik lobby. 
  2. gebiedende wijs van lobbyen
    • Lobby! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van lobbyen
    • Lobby je? 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen