haardvuur

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • haard·vuur
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord haardvuur haardvuren
verkleinwoord haardvuurtje haardvuurtjes

Zelfstandig naamwoord

haardvuur o

  1. Vuur in een haard of de haard (stookplaats) zelf.


Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie