fort

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • fort

Bijvoeglijk naamwoord

fort

  1. sterk
enkelvoud meervoud
naamwoord fort forten
verkleinwoord fortje fortjes

Zelfstandig naamwoord

fort o

  1. (militair) een versterkte positie


Meer informatie


Frans

Uitspraak
  enkelvoud meervoud
  mannelijk   fort forts
  vrouwelijk   forte fortes

Bijvoeglijk naamwoord

fort

  1. sterk