bastion

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

op de tekening zijn 1-2 bastions
Uitspraak
Woordafbreking
  • bas·ti·on
Woordherkomst en -opbouw
  • Uit het Frans [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord bastion bastions
verkleinwoord bastionnetje bastionnetjes

Zelfstandig naamwoord

bastion o [2]

  1. uitstekend deel van een vestingswal
  2. (figuurlijk) plaats waar iemand of een organisatie heel sterk is
    • PVV-leider Wilders gaat donderdagavond naar PVV-bastion Rucphen om raadsleden te werven. Lokale politici maken zich geen zorgen.[3]  
    • Met de overwinning is het Iraakse leger een stap verder richting het oude stadscentrum, het laatste bastion van Islamitische Staat in Mosul.[4] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

93 % van de Nederlanders
94 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandse taal
  3. NRC Enzo van Steenbergen 12 april 2017
  4. NRC Kim Deen 6 maart 2017