eren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

naamwoord van handeling
zelfstandig bijvoeglijk
eren erend
eer geëerd
- eerzaam
- eerlijk
Uitspraak
Woordafbreking
  • eren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
eren
eerde
geëerd
zwak -d volledig

Werkwoord

eren

  1. (overgankelijk) iemands prijzenswaardigheid in het daglicht stellen
    Zij eerden hem met een langdurend applaus.
Hyponiemen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

eren mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord ere
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl


Bretons

Werkwoord

eren

  1. binden


Spaans

Werkwoord

vervoeging van
erar

eren

  1. aanvoegende wijs derde persoon meervoud tegenwoordige tijd (presente) van erar
  2. gebiedende wijs (bevestigend en ontkennend) derde persoon meervoud tegenwoordige tijd (presente) van erar