eerde
Uiterlijk
- eer·de
| vervoeging van |
|---|
| eren |
eerde
- enkelvoud verleden tijd van eren
- Ik eerde.
- Jij eerde.
- Hij, zij, het eerde.
- Ik eerde.
- Het woord eerde staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
eerde
eerde
eerde
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 5
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Werkwoordsvorm in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Woorden in het Achterhoeks
- Zelfstandig naamwoord in het Achterhoeks
- Woorden in het Nedersaksisch
- Zelfstandig naamwoord in het Nedersaksisch
- Woorden in het Veluws
- Zelfstandig naamwoord in het Veluws