ekster

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Ekster

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ek·ster
enkelvoud meervoud
naamwoord ekster eksters
verkleinwoord ekstertje ekstertjes

Zelfstandig naamwoord

ekster v/m

  1. (vogels) Pica pica Wikispecies-logo-en.png, een zwartwitte kraaiachtige zangvogel met een lange staart
    Er zit een ekster in de boom.
    Mijn gouden ring is gestolen door een ekster.
Vertalingen

Meer informatie


Afrikaans

enkelvoud meervoud
naamwoord ekster eksters

Zelfstandig naamwoord

ekster

  1. (vogels) ekster