scholekster

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • schol·ek·ster
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord scholekster scholeksters
verkleinwoord scholekstertje scholekstertjes

Zelfstandig naamwoord

scholekster v/m

  1. (vogels) Haematopus ostralegus, zwart-witte waadvogel met luide roep
Vertalingen

Gangbaarheid

89 % van de Nederlanders;
69 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen