dor

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dor
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen dor dorder dorst
verbogen dorre dordere dorste
partitief dors dorders -

Bijvoeglijk naamwoord

dor

  1. uitgedroogd door gebrek aan water
    • De dorre bladeren zijn van de takken afgevallen. 
  2. weinig bezielend
    • Je kunt zeggen wat je wilt van Walter Lewin, maar hij gaf geen dorre colleges. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
dorren

dor

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van dorren
    • Ik dor. 
  2. gebiedende wijs van dorren
    • Dor! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van dorren
    • Dor je? 

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders
94 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Tolai

persoon enkelvoud tweevoud weinigvoud meervoud
1ste iau amir amital avet
ave
1ste+2de - dor datal dat
da
2de u amur amutal avat
ava
3de i
ia
dir
di
dital diat
dia

Persoonlijk voornaamwoord

dor

  1. 1e persoon inclusief tweevoud: wij tweeën, jij en ik