dia

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: dia-

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dia
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘projectieplaatje’ voor het eerst aangetroffen in 1942 [1]
  • afgeleid van het Griekse: 'dia' (door)
enkelvoud meervoud
naamwoord dia dia's
verkleinwoord diaatje diaatjes

Zelfstandig naamwoord

dia m

  1. een diafilm, een fotografische film die een positief beeld geeft dat direct goed zichtbaar geprojecteerd kan worden
    • - Een filmrol bestaat eigenlijk uit een groot aantal dia's die zeer snel na elkaar worden geprojecteerd. 
    • - De fragmenten uit de roman fungeren als zéér precieze onderschriften. Hermans schrijft: ‘Mijn bagage weegt bij elkaar nog net geen dertig kilo. Dit blijkt opnieuw als koffer en rugzak worden gewogen op de luchthaven, die een houten gebouwtje is, waaruit een smalle, maar zeer lange steiger in het water uitsteekt. Verder niets.’ Het is heel precies wat je op de foto ziet. De dia’s leiden je stap voor stap door het boek.[2] 
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Chronologisch Woordenboek, Nicoline van der Sijs
  2. NRC Arjen Fortuin 8 februari 2016


Catalaans

Zelfstandig naamwoord

dia m

  1. dag


Chamorro

Zelfstandig naamwoord

dia

  1. dag (tijdsmaat van 24 uur)


Esperanto

Bijvoeglijk naamwoord

dia

  1. goddelijk


Indonesisch

Woordafbreking
  • dia

Persoonlijk voornaamwoord

dia

  1. hij, zij, soms het
Synoniemen
Verwante begrippen


Portugees

Woordafbreking
  • di·a
enkelvoud meervoud
dia dias

Zelfstandig naamwoord

dia m

  1. dag (tijdsmaat van 24 uur)