kwak

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Kwak [2]

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kwak
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

kwak m

  1. een hoeveelheid kleverig of gelei-achtig materiaal
    Er viel een kwak mayonaise op mijn broek.
  2. (vogels) Nycticorax nycticorax; een reigersoort, ook nachtreiger genaamd
    De kwak broedt in de zoete en zoute draslanden van Afrika, Europa, Azië en Amerika.
  3. gedroogde en gemalen cassave
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
kwakken

kwak

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kwakken
    Ik kwak.
  2. gebiedende wijs van kwakken
    Kwak!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kwakken
    Kwak je?