bosuil

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bos·uil
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bosuil bosuilen
verkleinwoord bosuiltje bosuiltjes

Zelfstandig naamwoord

bosuil m

  1. (vogels) Strix aluco op Wikispecies uilensoort die zowel overdag als 's nachts kan jagen
    • De bosuil heeft een bruin verenkleed met witte vlekken en strepen. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen