deksel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

pan met deksel
Uitspraak
Woordafbreking
  • dek·sel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord deksel deksels
verkleinwoord dekseltje dekseltjes

Zelfstandig naamwoord

deksel m of o

  1. een voorwerp om een hol open lichaam mee af te dekken
    • Ligt het deksel op de pan? 
Synoniemen
Hyponiemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie