correspondent
Uiterlijk
- Geluid: correspondent (hulp, bestand)
- IPA: / kɔrəspɔn'dɛnt / (4 lettergrepen)
- cor·res·pon·dent
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | correspondent | correspondenten |
| verkleinwoord | correspondentje | correspondentjes |
de correspondent m
- iemand met wie men een briefwisseling onderhoudt
- (beroep) iemand die een onderneming of vereniging vertegenwoordigt
- (handel) (beroep) iemand die met de correspondentie van een zaak is belast
- (media) (beroep) berichtgever van elders aan nieuwsmedia
- [4] verslaggever, journalist, reporter
1-3
4. berichtgever aan nieuwsmedia
- Het woord correspondent staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "correspondent" herkend door:
| 98 % | van de Nederlanders; |
| 99 % | van de Vlamingen.[1] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
| vervoeging van |
|---|
| correspondre |
correspondent
- derde persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige tijd (indicatif présent) van correspondre
- derde persoon meervoud tegenwoordige aanvoegende wijs (subjonctif présent) van correspondre
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 13
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 4 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Beroep in het Nederlands
- Handel in het Nederlands
- Media in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 98 %
- Prevalentie Vlaanderen 99 %
- Woorden in het Frans
- Woorden in het Frans van lengte 13
- Werkwoordsvorm in het Frans