elders

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • el·ders
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘bijwoord van plaats: niet hier’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1514 [1]

Bijwoord

elders

  1. ergens anders, in een andere plaats, op een andere plaats
    • Mijn familie woont elders in Almelo 
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Engels

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

elders mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord elder