constant

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • con·stant
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen constant constanter constantst
verbogen constante constantere constantste
partitief constants constanters -

Bijvoeglijk naamwoord

constant

  1. onveranderlijk, standvastig
    Bij ons thuis is het constant 20 graden Celcius.
  2. altijd
    Mijn dochters zijn constant met hun smartphones aan de gang.
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie


Engels

stellend vergrotend overtreffend
constant more constant most constant

Bijvoeglijk naamwoord

constant

  1. constant
enkelvoud meervoud
constant constants

Zelfstandig naamwoord

constant

  1. (wiskunde) constante.


Frans

  enkelvoud meervoud
  mannelijk   constant constants
  vrouwelijk   constante constantes

Bijvoeglijk naamwoord

constant

  1. constant